Heb
je alles in huis? Dan gaan we een
start maken met brouwen van ons eerste
Triple biertje!
Volg nauwkeurig het stappenplan hieronder,
lees het even helemaal door voordat
je gaat beginnen.
Veel succes en laat even weten
hoe het resultaat is geworden!
1. Het
maken van een giststarter
(niet op de brouwdag zelf,
maar eerder! Lezen dus!)
Bier zonder alcohol is als seks zonder
orgasme. Gist zorgt voor het omzetten
van suikers in alcohol. Gist is dus
belangrijk en wij vinden het dus de
belangrijkste factor
in het hele brouwproces, duh!
We gaan eerst aan de slag met de SmackPack
van Wyeast (Trappist variant). Deze
moet je in de koelkast bewaren! Bekijk
de productiedatum die op de verpakking
vermeldt staat. Bepaal hoeveel maanden
er tussen de productiedatum en de
gewenste brouwdatum zit. Voor elke
maand later houd je 1 dag in gedachten.
Als er bijvoorbeeld geproduceerd is
in november en je wilt brouwen in
februari houd je dus 3 dagen aan.
Belangrijk:
In
dit laatste geval haal je de SmackPack
3 dagen voor je gaat brouwen uit de
koelkast.
Nadat je de SmackPack uit de koelkast
hebt gehaald, bepaal je waar de bobbel
in de verpakking zit. Maak de verpakking
niet open, maar plaats de verpakking
met bobbel in je handpalm. Nu mep
je met je andere hand op de bobbel
in de verpakking. Het is de bedoeling
dat de bobbel in de verpakking opengaat
en de gist met het andere goedje vermengd
wordt. Merk je duidelijk dat de bobbel
is verdwenen, leg dan de verpakking
op een redelijk warme plaats (tussen
de 20 en 24 graden). Na een paar uur
zal je merken dat de verpakking langzaam
begint op te bollen. De verpakking
zal steeds boller gaan staan. Dit
heeft te maken met de gassen die vrijkomen
door de activiteit van de gist. Denk
maar aan het eten van een bruinebonenschotel
en het resultaat daarvan...
2.
Het malen van de Pilsmout en de Tarwemout
Het malen doe je met een maalmolen.
In brouwtermen: "Het schroten
doe je met de schrootmolen".
Dit is een belangrijk karwei. Het
is namelijk de bedoeling dat de kafjes
(het omhulsel van de korrel) zoveel
mogelijk heel blijven, maar dat de
inhoud van de korrel geplet wordt.
Als
je geen molen hebt, kun je het proberen
met een deegroller, echter hebben
wij daar geen ervaring mee. We kunnen
ons ook zo voorstellen dat het bewerken
van circa 3 kilo granen nogal wat
tijd in beslag gaat nemen met een
deegroller.
Neem eerst de tijd voor het afstellen
van de molen. Maak zeker een paar
slagen voordat je het resultaat bekijkt.
De grootte van de gemalen korrels
varieren namelijk nogal in het begin.
Je kunt de molen afstellen met behulp
van de schroef (rechts op de foto
hieronder).

De
korrels die wij hebben gemalen zien
er zo uit:

Zit
er nog (te fijne) meuk in je gemalen
korrels, dan kun je dat eruit filteren
met behulp van een vergiet:

Maal
niet alleen de Pilsmout maar ook de
Tarwemout. Omdat dit kleinere korrels
zijn, moet je de molen weer aanpassen
totdat je het gewenste resultaat hebt
bereikt.
3. Andere
voorbereidingen
Minder leuk van al dat brouwen is,
dat je bijzonder hygienisch moet werken.
Op dit moment van het brouwproces
valt het nog mee, maar later moet
je echt gaan oppassen voor al die
enge bacterien die ervoor kunnen zorgen
dat je biertje niet meer smaakt. Zorg
er dus voor dat alles schoon is. Ook
gaan we de gasbrander aansluiten.
Wij doen dat gewoon met behulp van
de aansluiting van ons gaskooktoestel.
Men raadt echter aan om dit buiten
te doen... Controleer voordat je gaat
beginnen of je de juiste gaskoppelingen
in huis hebt en dat er voldoende geventileerd
wordt, als je toch besluit om het
binnen te doen.

keuken
schoon?
|

aansluiten
van de gasbrander
|

brouwketel
op gasbrander |
Als
je denkt dat de gasbrander niet genoeg
fikt (zoals in ons geval) kun je een
beetje experimenteren met de luchtinlaat
van de brander. Als je tape over de
luchtinlaat plakt en daarin een paar
gaatjes prikt, kan het zijn dat de
brander beter gaat fikken.

4.
Water op het vuur en de brouwzouten
erbij
Is je keuken schoon? De materialen
waar je mee aan de slag gaat proper?
De brander aan het gas? Zo ja, lees
dan verder.
We gaan in totaal circa 10 liter Triple
bier maken. Om dit te bereiken gieten
we in de brouwketel 13 liter kraanwater.
Verwarm dit water tot 55 graden (Celsius
natuurlijk!). Dit kan even duren.
Gooi ondertussen de beide brouwzouten
erbij. De lage dosering maakt meten
echter lastig. Een half theelepeltje
zonder kop (per brouwzout) moet voldoende
zijn. Roer met een roerspaan door
de brouwketel als je de temperatuur
meet, zodat het water overal even
warm is. Wellicht is het handig om
de thermometer op een bepaalde manier
te bevestigen aan de brouwketel, zodat
je later gemakkelijk de actuele temperatuur
kunt meten. Het meten van de temperatuur
is namelijk belangrijk en zullen we
nog veel moeten doen tijdens het brouwproces!
5. Mout
erbij!
Als je water 55 graden is, kun je
de gemalen Pilsmout en de gemalen
Tarwemout erbij gieten. Roer het nu
zachtjes door. Door het toevoegen
van de mout zakt de temperatuur van
het water ongeveer tot 51 graden.
Laat het bij deze temperatuur zo'n
10 minuutjes staan nu. Als de temperatuur
teveel stijgt door de activiteit van
de brander, kun je ook gewoon de brander
even uitzetten!
| 
water
met mout |

dit
wordt bier? |
6.
Brander aan, temperatuur meten en
tijd opnemen!
Nu wordt het spannend. Het is de bedoeling
dat we het goedje (beslag) gaan opwarmen
tot een bepaalde temperatuur, voor
een bepaalde tijd. Dit gaan we een
aantal keren doen. In brouwers-termen
wordt dit het "Maischschema"
genoemd. (Goed die termen uit je hoofd
leren, dan hoor je er helemaal bij!).
Bij bepaalde temperaturen gaan enzymen
in het goedje hun werk doen en dat
schijnt ervoor te zorgen dat je bier
lekker gaat smaken. Meer informatie
hierover vind je zeker elders op internet.
Wij willen helemaal niet weten wat
er precies in het pannetje gebeurt,
als het bier maar lekker smaakt...
Ok, dit (maisch)schema gaan we hanteren:
| Maischschema |
|
|
|
| |
|
|
|
| Temperatuur |
60 |
70 |
75 |
| Tijd |
45 |
30 |
5 |
Als
het goedje (beslag) 10 minuten heeft
staan weken, zetten we de brander
dus open en laten we de temperatuur
stijgen tot 60 graden. Pas op dat
het geheel niet aanbrandt, dus blijf
zachtjes roeren. Probeer per minuut
een temperatuursstijging van circa
1 graad voor elkaar te krijgen. Als
de inhoud van de pan zo'n 60 graden
is, kun je het beste de brander uitzetten
en het geheel 45 minuten laten staan.
Meet ondertussen wel de temperatuur
een aantal keer. Zakt deze, zet dan
de brander weer aan. Logisch. Blijf
roeren, want temperatuursverschillen
in de pan komen voor.
Werk op de beschreven manier het maischschema
door. Lees nu alvast maar verder,
want na de temperatuur van 75 graden
moeten er alvast een aantal zaken
klaarstaan (zie ook puntje 8).
7. Meten
van de pH
Nadat je beslag 5 minuten op 75 graden
heeft gesudderd gaan we nu echt de
scheikundige uithangen, want we gaan
de pH van het beslag opmeten. Gebruik
hiervoor de pH strookjes met een schaal
van 6,8 tot 5,2. (De kleur van het
middelste vakje op het strookje geeft
de pH waarde weer.) De pH waarde van
je beslag zou tussen de 5,4 en de
5,6 moeten liggen. Waarschijnlijk
is dit niet het geval. Gebruik dan
melkzuur voor het aanzuren van je
beslag. Begin met het toevoegen van
een eetlepel melkzuur en meet hierna
opnieuw de pH. Herhaal dit totdat
je de juiste waarde hebt bereikt.
Pas op met het toevoegen van teveel
melkzuur; het schijnt dat je dit kunt
proeven in je uiteindelijke biertje.
Wij hebben ongeveer 1 eetlepel toegevoegd
voor het bereiken van de juiste waarde.
| 
meten
van de pH |

de
kleur van het middelste vakje
is de pH waarde van je beslag |
8.
Filteren van het beslag
Als het beslag de juiste pH waarde
heeft, gaan we het beslag filteren.
In totaal gaan we
2 liter spoelwater
van 80 graden in
deze stap gebruiken. Zorg ervoor dat
je water van 80 graden klaar hebt
staan. Omdat temperatuur wederom belangrijk
is bij deze stap, kun je het beste
de filterkuip isoleren met een slaapzak
of ander isolatiemateriaal. Je laat
nu het beslag langs de rand van de
filterkuip naar beneden glijden, alles
moet in de filterkuip terecht komen.
We doen dit langs de rand, omdat er
op deze manier zo min mogelijk zuurstof
bij kan komen. Houd de kraan van het
filtervat nu nog dicht.
Als de filterkuip gevuld is roer je
voorzichtig door het mengsel, zodat
de zwaarste bestandsdelen naar beneden
kunnen zakken. De kafjes van de mout
tezamen met het filterbed zorgen namelijk
voor een ideaal bierfilter. Ook worden
er nog belangrijke bestandsdelen uit
de drab gefilterd, die weer lekker
zijn voor je bier (en de kleur). De
kraan van het filtervat is nog steeds
dicht. Je laat deze meuk nog zo'n
10 minuutjes staan, zodat alle grote
bestandsdelen naar het filterbed kunnen
zakken.
Na 10 minuten zet je de kraan even
kort open. Je hebt natuurlijk een
schone opvangbak onder de kraan gezet.
Ondertussen spoel je heel voorzichtig
met het spoelwater. Niet al het spoelwater
gebruik je in het begin. Als het filteren
moeizaam verloopt, dan giet je weer
wat spoelwater bij de drab.
Waarschijnlijk is de meuk die uit
de kraan stroomt nog redelijk troebel.
Dit drabje giet je voorzichtig terug
in het filtervat. Je herhaalt dit
proces totdat hetgeen wat je opvangt
redelijk helder is. Hetgeen wat je
opvangt heet in brouw-termen: "Wort".
Het heldere wort giet je terug in
de brouwketel, die je natuurlijk van
tevoren hebt schoongemaakt. De brander
onder de brouwketel staat reeds aan
en verwarmt het heldere wort. De totale
omvang van het wort moet namelijk
uiteindelijk gekookt worden.
Het kan zijn dat de laatste restjes
van de drab lastig door het gevormde
filter loopt. Je kunt dan, voorzichtig,
door de bovenste laag van het kafjesfilter
roeren. Als je hierna weer aftapt
zul je zien dat het wort weer redelijk
troebel is. Giet het hierna weer terug
en laat het daarna opnieuw door het
filter lopen, net zolang totdat het
helder is. Nogmaals; heldere wort
giet je in de brouwketel en zorg ervoor
dat je spoelwater op 80 graden blijft.
Probeer ervoor te zorgen dat tijdens
deze stap de filterlaag (van kafjes)
niet droog komt te staan. Als dit
dreigt te gebeuren zet je de kraan
dicht.
het
aanleggen van de filterlaag van kafjes
Uiteindelijk zul je nu helder wort
in de brouwketel hebben zitten en
onder de brouwketel staat de brander
aan. Verder met stap 9.
9. Het
koken van de heldere vloeistof (wort)
met de hop
In dit recept worden 3 soorten hop
gebruikt, Goldings-, Saaz- en Hallertau
Spalt Select hop. De totale hoeveelheden
van deze hopsoorten (zowel korrels
als bloemen) donder je bij elkaar.
In totaal zal dit 50 gram hop zijn.
Het wort laat je nu in totaal 75 minuten
koken. Het zal even duren voordat
je de 100 graden bereikt. Voordat
de 100 graden bereikt wordt, voeg
je 20% van dit hopmengsel erbij; dus
10 gram. Het mengsel voeg je toe aan
het wort in een hopzakje. Let er tijdens
deze stap op, dat je wort niet gaat
overkoken. Er kan kleverig schuim
ontstaan dat over de pan loopt. Das
een vervelend werkje om op te moeten
ruimen! Blijf tijdens het koken door
het hete wort roeren, zo wordt de
hop lekker in het wort opgenomen.
(We klinken nu al als zeer gevorderde
brouwers, niet waar?)
Wanneer de 100 graden bereikt is,
voeg je nogmaals 35 gram van het hopmengsel
in een hopzakje toe. Als het wort
60 minuten heeft gekookt doe je het
restant van het hopmengsel in een
hopzakje en voeg je ook toe. Er drijven
nu drie heerlijke hopdrollen in het
kokende wort. Na 75 minuten doof je
de vlam en ga je verder met stap 10.
| 
twee
zakjes met hop |

detail
hopzakje |
10.
Koelen van de heldere vloeistof (wort)
Nu wordt het oppassen! Door het koken
hebben we de vloeistof steriel gekregen
(bacterie-vrij). Alles wat je echter
hierna gebruikt moet ECHT heel erg
schoon zijn, want anders komen de
enge bacterien weer om de hoek kijken.
Ok, schep de hopdrollen uit de pan.
Voeg de 500 gram rietsuiker toe (snoepjes
voor het gist). En roer dit goed door.
Sluit ondertussen de koeler aan op
de waterkraan en plaats hierna de
koeler in het heldere wort. Het wort
dient nu afgekoeld te worden tot 25
graden. Dit gaat vrij snel door koud
kraanwater door de koeler te laten
lopen. Werk bijzonder hygienisch,
naarmate het wort afkoelt is het bijzonder
gevoelig voor infecties.
| 
koeler
in de brouwketel |

1
leiding warm, 1 leiding koud |
11.
Overgieten wort in gistingsvat
Als het wort een temperatuur van 25
graden heeft bereikt, giet je dit
over in een ZEER SCHOON gistingsvat.
Hierbij mag best wat zuurstof ontstaan
(dat vindt het gist lekker). Als het
wort in het gistingsvat is geschonken
meet je het Soortelijk Gewicht van
het goedje met behulp van een hydrometer.
Ga als volgt te werk: Vul een maatcilinder
voor ongeveer 80% met wort en laat
daar de hydrometer in zakken. (Is
de maatcilinder wel gereinigd, voordat
je deze in het wort dompelt?) Lees
nu af waar de bovenkant van de vloeistof
de hydrometer raakt (op de 1000-schaal).
Zorg ervoor dat de hydrometer niet
de randen raakt, want dan kan een
afwijking plaatsvinden. Het meten
van je SG (=Soortelijk Gewicht) is
belangrijk voor de uiteindelijke bepaling
van het alcohol percentage. En dat
willen we wel weten, toch? Als het
goed is zul je een SG van circa 1095
- 1065 meten. Noteer de waarde van
het SG ergens, ook wel bekend als
begindichtheid.

12.
Toevoegen van het gist
Als je alles in het gistingsvat hebt
laten lopen en de suiker is erin opgelost
is het tijd voor het toevoegen van
het gist. Zorg ervoor dat de verpakking
van de Wyeast Trappist gist goed schoon
is, anders kan het zijn dat je bacterien
meegiet. Scheur de verpakking open
en laat de vloeistof in het gistingsvat
lopen. Pas op dat je de zakjes in
de verpakking niet meegiet. Roer nu
de toegevoegde gist goed door de vloeistof.
Hierbij mag wederom zuurstof ontstaan,
omdat onze helden (de gistcellen)
dit lekker vinden.

13.
Beluchten van het wort
Het mag nu wel duidelijk zijn dat
gist mede gecharmeerd is van zuurstof,
zeker in het begin! Natuurlijk willen
we voor de gist een ideale omgeving
creeren. Zij doen tenslotte het belangrijkste
werk; suikertjes eten en alcohol plassen!
We gaan daarom de vloeistof extra
beluchten. Dit kan gemakkelijk met
een aquariumpompje en bruissteentjes.
Zorg ervoor dat het bruissteentje
goed schoon is. Dit kan je doen door
het even uit te koken. Alles wat namelijk
100 graden is geworden, kunnen we
redelijk steriel noemen.
Laat het bruissteentje met het schone
slangetje in het wort zakken en dek
het gistingsvat zo goed mogelijk af,
om weer infecties te voorkomen. Het
beste kun je beginnen met een beluchtingsessie
van 15 minuten. Laat hierna het wort
45 minuten staan en belucht daarna
weer 15 minuten. In totaal doe je
dit vier uur lang. Dus 4x een beluchtingsessie
van 15 minuten binnen een periode
van 4 uur. Tijdens het beluchten kunnen
er infecties met de lucht meegevoerd
worden, werk dus weer schoon.

14.
Afsluiten gistingsvat
Na het beluchten kan de deksel op
het vat geplaatst worden. Zorg ervoor
dat je goed afsluit, er mag geen lucht
onder de randen van de deksel ontsnappen,
bij goedkope plastic vaten wil dit
nog wel eens gebeuren! Vul nu je waterslot
voor de helft met water. Doe er zeker
niet teveel water in, want dat zal
gegarandeerd over het waterslot lopen,
als je goedje gaat gisten. Plaats
het waterslot in het daarvoor bestemde
gat in de deksel. Het waterslot zorgt
ervoor dat de poepjes die het gist
laat op een goede manier uit het vat
verdwijnt. De poepjes veroorzaken
zogenaamde "brubbels" in
het waterslot. Aan de hand van de
brubbels (borreltjes) kun je gemakkelijk
het proces monitoren.
Zet nu het gistingsvat warm weg, zo
rond de 22 tot 24 graden. Om deze
temperatuur aan te houden is het verstandig
om je gistingsvat te isoleren met
bijvoorbeeld een slaapzak. Zelf hebben
wij ervoor gekozen om de vloeistof
op temperatuur te houden met behulp
van een aquarium thermostaatje. Het
snoer waarmee de thermostaat in het
vat hangt moet dan wel luchtdicht
in de deksel worden geplaatst. Anders
verdwijnt het gas door de "lekken"
en niet door het waterslot. Een goede
manier om het snoer op een luchtdichte
wijze door je deksel te krijgen, kan
met een zogenaamde wartel. Deze kun
je waarschijnlijk wel bij van die
knutsel elektronica zaken of bouwmarkten
krijgen.

15.
Wegzetten van je gistingsvat
Nu is het dus wachten. Maar dat hebben
we natuurlijk wel verdiend, na zo'n
intensieve brouwdag! Evalueer je brouwdag
bijvoorbeeld onder het genot van een
goud gele rakker en maak aantekeningen
van je brouwproces. Das handig voor
de volgende keer dat je gaat brouwen.
Noteer ook alle ingredienten, zodat
je dit later kunt aanpassen op je
eigen smaakvoorkeuren.
Na een uurtje of zes zul je waarschijnlijk
al activiteit in het waterslot opmerken.
Dat betekent dat je gist al lekker
aan de gang is gegaan. Om een idee
te krijgen van de activiteiten van
het waterslot, bekijk je een amateur-filmpje
hier
(QuickTime, de viewer download je
hier).
De alcohol die het gist nu aan het
vormen is, zorgt er ook voor dat bacterien
minder kans van slagen hebben. Komt
het gistproces niet op gang? Kijk
dan even of je het gistingsvat voldoende
warm hebt weggezet. Gist slaapt namelijk
onder de 20 graden. Ook kan het zijn
dat er toch gassen ontsnappen aan
de zijkanten van je deksel. Dat is
op zich niet dramatisch, maar het
is veel leuker om je waterslot in
actie te zien! Aan de schuimafzetting
aan de rand van je vat, kun je tevens
zien dat het gistingsproces is gestart.
Maak het vat overigens niet open,
maar bekijk de randen van het vat
vanaf de buitenkant. Het openen van
het vat werkt weer infecties in de
hand.
Laat het vat nu ongeveer een weekje
staan. Je zult zien dat naarmate de
tijd verstrijkt, de activiteit in
het waterslot ook afneemt. Als deze
activiteit inderdaad is afgenomen,
gaan we opnieuw een dichtheidsmeting
doen. Tap wat wort af en meet daarvan
het soortelijk gewicht op de 1000-schaal
(SG). Dit SG heeft nu een veel lagere
waarde dan de begindichtheid die je
hebt genoteerd. Het SG zal liggen
tussen de 1020 en de 1005. Als de
vloeistof tussen deze waarde ligt,
ga je verder met stap 16.
16.
Overhevelen naar het lagervat
Onderin het gistingsvat ligt een hoop
drab na een tijdje. Die drab willen
we niet in ons uiteindelijk biertje!
Daarom hevelen we het zaakje over
naar een zeer goed gereinigd lagervat.
Hevel over met behulp van slangen
of het kraantje onderin je gistingsvat.
Zorg er in ieder geval voor dat je
de drab niet opschud. Hevel niet de
troebele deeltjes over naar dit lagervat,
maar laat dit lekker achter in het
gistingsvat.
17.
Lager periode
Het lagervat mag je iets kouder wegzetten
dan het gistingsvat, zo rond de 20
graden. Plaats wel een waterslot op
het lagervat en sluit het vat goed
af met een deksel. Je zult zien dat
in het begin de activiteit in het
waterslot weer wat toeneemt, maar
hierna weer af. Na anderhalve week
is je bier veel helderder geworden.
Doe nog een dichtheidsmeting en noteer
ook weer deze waarde van het SG. De
waarde van het SG na het lageren,
zal niet veel verschillen dan het
SG dat je hebt gemeten na de hoofdvergistingsperiode
(tussen stap 15 en stap 16) Ga nu
verder met stap 18.
18. Bottelen
Maak allereerst heel goed de flesjes
schoon waarin je het bier wilt bottelen!
Je wilt mensen geen zelf gebrouwen
biertje voorzetten, waar nog peuken
van je laatste feestje in drijven,
toch ;-) ? Wij hanteren de volgende
schoonmaaksessie (om je een idee te
geven): Eerst 1x alleen koud spoelen
in de vaatwasser. Zo kun je de labels
van de bierflesjes makkelijk verwijderen.
Hierna nog een keertje koud naspoelen
in de vaatwasser. Hierna met behulp
van de flessenborstel en het semi-professionele
schoonmaakmiddel de flesjes handmatig
reinigen. Controleer of de flesjes
nu op het oog schoon zijn. Tenslotte
laten we de vaatwasser (op een normaal
programma) het werk afmaken. Voeg
geen vaatwasmiddel of glansspoelmiddel
toe, tijdens deze laatste wasbeurt!
Dit kan namelijk de schuimbaarheid
en de smaak van je biertje aantasten.
Als de flesjes nu goed schoon zijn,
kun je starten met het bottelen.
| 
flessenborstel |

semi-professioneel
schoonmaakmiddel |
Giet de inhoud van het lagervat allereerst
over naar een ander, goed gereinigd,
vat. De drab onderin het lagervat
laat je weer voor wat het is, en giet
je niet over. (Doe je dit wel, dan
heeft lageren ook niet veel zin, toch?)
Schat nu hoeveel bierflesjes je ongeveer
denkt te gaan vullen. In elk bierflesje
doe je een klein theelepeltje met
(kristal)suiker. Een laatste cadeautje
voor het gist, als dank voor de gedane
arbeid! De gist zal deze suiker gebruiken
om nog een beetje alcohol te plassen.
Ook dient deze suiker voor de vorming
van koolzuur. In je gistings- en lagervat
ontsnapte deze koolzuur door het waterslot.
Maar omdat we nu het flesje zullen
sluiten met een kroonkurk, blijft
de koolzuur achter in de fles en zal
opgenomen worden in je bier. Als je
teveel suiker in het flesje doet zal
er te veel koolzuur ontstaan en flikkert
de bodem van je bierflesje er door
de grote druk uiteindelijk uit. En
dat willen we niet. Voor dit recept
kun je aanhouden dat je tussen de
8 en de 9 gram suiker per liter bier,
dient toe te voegen ten behoeve van
de nagisting op de fles. Als je een
nauwkeurige digitale weegschaal hebt,
kun je deze hoeveelheden precies per
flesje afmeten.
Als de suiker in de flesjes zit, kun
je gaan bottelen. Laat het bier uit
het schone vat langs de rand van je
flesjes lopen, zo ontstaat er het
minste schuim. Vul de flesjes tot
ongeveer 1,5 centimeter onder de rand,
net zo vol als de normale bierflesjes
zitten (en die heb je genoeg in je
handen gehad, dus je zult daar wel
een idee over hebben!) En sluit het
flesje hierna gelijk af met een kroonkurk
middels het kroonkurkapparaat. Als
je hiervoor beugels gebruikt, kook
dan deze eerst even uit, om weer infecties
te voorkomen.

Sticker
nu alvast de flesjes met een zelfgekozen
opdruk zodat je later nog weet wat
erin zit. Das zeker handig als je
de smaak van het brouwen te pakken
hebt en meer biertjes gaat maken.
De flesjes zet je nu nog een weekje
warm weg. Dit kan op dezelfde temperatuur
als het lagervat; zo'n 20 graden.
Na een weekje zet je de flesjes koeler
weg, bijvoorbeeld in de kelder of
in de schuur. Dit bevordert de vorming
van koolzuur. Let er wel op dat je
het bier niet laat kapot vriezen in
de winter bijvoorbeeld.
Loopt het water je al in de mond?
Helaas moet je nu nog steeds wachten.
Het biertje moet eerst nog rijpen
en klaren (helderder worden). Laat
de biertjes dus rustig staan, houd
6 tot 8 weken aan. In die weken kun
je natuurlijk lekker verder met het
brouwen van andere recepten! Deze
lange rustpauze komt de smaak van
het bier zeker ten goede. Tegen het
einde van de rustperiode kun je stiekem
heus wel een biertje proeven...
19.
Alcohol percentage bepalen en proeven
Voordat we de eerste kroonkurk met
trots van het flesje afwippen, bepalen
we eerst even het alcohol percentage.
Dit zal een schatting worden overigens.
Er zijn diverse manier om het alcohol
percentage te meten, maar wij hanteren
de volgende methode:
((Begin SG - Eind SG) * 0,136) + 0,5
Die 0,5 die je erbij optelt is voor
de nagisting in het flesje. Het Eind
Soortelijk Gewicht is het SG dat we
hebben gemeten na het lageren van
het bier. Met deze berekening kun
je er een procentje boven of onder
zitten. Maar belangrijker dan het
alcohol percentage is natuurlijk de
smaak van het bier.
Nou, ga er even voor zitten... Dep
je ogen met een doekje... Let op je
hart en je bloeddruk... Pak een opener
en open met trots je eerste kind!
Zie je koolzuurgas in de hals? Hoe
ruikt het bier? Ziet het er helder
uit in het flesje? Dep nogmaals je
ogen droog en schenk het biertje uit
in een schoon glas, zonder het laagje
drab onderin het flesje mee te schenken.
Dit komt de smaak ten goede. Schrijf
(bijvoorbeeld samen met anderen) je
smaaksensaties op papier. Doe dit
gelijk na je eerste biertje, omdat
dit een halve krat verder, minder
betrouwbaar schijnt te zijn.
Met behulp van de beschreven ervaringen,
kun je later eventueel de ingredienten
van het recept aanpassen naar eigen
smaak.
Hopelijk heb je na dit hele proces
letterlijk en figuurlijk de smaak
te pakken van het zelf-bier-brouwen
en zul je later nog veel meer eigen
gebrouwen goed naar binnen klokken!
Blader even door naar Bronnen
en links voor meer (achtergrond)informatie
over deze hobby!
Home
| 1. Gereedschap
| 2. Boodschappenlijstje
| 3. Brouwproces
| 4. Snelgids
Brouwen | 5.
Bronnen en links |